De Geulmennekes

 

Door: Wim Hietbrink

Terug naar 1963…

OudeDoosKinderen werden door hun ouders tussen 14.00 en 21.00 uur in het jeugdhuis gedropt om daar verkleed in een grote kindercarnavals-crèche wat rond te hossen, terwijl hun ouders op straat carnaval vierden of kroegentocht hielden in Meerssen.

Met carnaval kwam ik als kassier bij de entree van het jeugdhuis te staan. Daar kwam op 3 dagen
duizenden guldens binnen aan entree, frisdranken en snoepgoed. Al dat geld ging naar het Kerkbestuur van het Dekenaat Meerssen. Over de entreegelden was geen (kaartjes) controle en omdat mij dat bevreemde en ik zelf inzicht had wat binnen kwam, kennis van zaken om ongevraagd voor controlerend lichaam te spelen. Waar ging al dat geld naar toe? En vooral, wat vloeide terug naar de jeugd?

Om geen namen te noemen… ik vond dat het geld niet op een juiste bestemming terecht kwam. En zo begon het gevecht om geld te krijgen, om de kindercarnaval te perfectioneren en een jeugd raad van elf met prins van de grond te krijgen. Daarbij kreeg ik vooral hulp van Henk Ramakers. Afgesproken werd dat de entree gelden gedeeltelijk gespendeerd werden ter oprichting van jeugdcarnaval in Meerssen. Jong Meerssen fortuneerde een basis bedrag en er werd een bestuur ingesteld die ook nog bijkomende festiviteiten organiseerde. Het bestuur kreeg te maken met een bedrijf waarvan de vader zich aandiende, die zijn zoon gaarne als eerste jeugprins van Meerssen geïnstalleerd zag. Geld en gemakzucht zijn de weg van de minste weerstand… al had ik zelf liever gezien dat een jochie uit de arbeidersbuurt van Meerssen West de eerste prins zou wezen.

Zelf ambieerde ik geen bestuursfunctie omdat ik toch altijd een vreemde bleef (bijnaam den Hollander) en alles ging toen vanzelf omdat Meerssenaren eigen zijn met hun eigen inwoners. Henk Ramakers nam mij dien ten gevolgen veel werk uit handen en zijn persoon beschouw ik dan ook als de meest stimulerende kracht wat feitelijke oprichting van De GEULMENNEKES betreft. Van mij het idee; van het bestuur de uitvoering tot gelukkig nog steeds functioneren van het geheel in jaarlijkse bloei steeds als de Lente weer nadert…